op niveau van de
  • Het beleidsplan

     
    Ja
    Neen
    Bestaat er op het niveau van de SG een beleidsplan?    
    1. Is er in de werking van de SG voldoende belangstelling voor ICT?    
    2. Wordt de ICT-werking gedragen en gestimuleerd door de directeurs en schoolbesturen?    
    3. Is er bij de taakverdeling ook gedacht aan een verantwoordelijke directeur voor ICT?    
    4. Onderzoekt men in hoeverre ICT ondersteunend kan zijn bij de administratieve werking van de SG?    
    5. Zijn er binnen de SG afspraken voor gezamenlijke aankopen?    
    6. Was er bij de verdeling van de puntenenveloppe voldoende aandacht voor ICT?    
    7. Wordt de ICT-coördinator in zijn of haar opdracht gevolgd en gesteund door de SG?    
    8. Is er gelegenheid om de ICT-werking van elkaar te vernemen en aan elkaar door te spelen?    
    9.    

  • Het tijdspad

     
    Ja
    Neen
    Heeft men op het niveau van de SG een overzicht gemaakt van de ICT-voorzieningen en van de werking?    
    1. Is er een stappenplan uitgetekend met de SG?    
    2. Gespreid over één of meerdere jaren?    
    3. Werd de ICT-coördinator betrokken bij de opmaak van dit plan?    
    4.    

  • De werking

     
    Ja
    Neen
    Waakt men erover dat de visie die men ontwikkeld heeft, gerespecteerd wordt?    
    1. Zijn er tussentijdse evaluatiemomenten?    
    2. Moet er bijgestuurd worden?    
    3. Voelen alle participanten zich goed bij de ICT-aanpak van de SG?    
    4. Hebben alle participanten voldoende zicht op de werking?    
    5.    

  • Gemaakte afspraken uitgevoerd?

     
    Ja
    Neen
    Wordt er door de verantwoordelijke directeur(s) verslag uitgebracht over de resultaten van de werking?    
    1. Werden de afspraken nageleefd?    
    2. Heb je met jouw school het voorgestelde parcours van de SG doorlopen?    

    3. Tussentijdse evaluatie?

       
    4.    

  • Meerwaarde?

     
    Ja
    Neen
    Zijn de participanten overtuigd van het belang van de ICT-werking op het niveau van de SG?    
    1. Zijn er interventies die in twijfel worden getrokken?    
    2. Zijn er tekorten in de werking?    
    3. Overtollige zaken?    
    4.